14/03/2019 : Truus Gerhardt

De dichteres Truus Gerhardt, [1899-160], woonde van begin 1946 tot oktober 1952 op de Laan van Meerdervoort 222, op de hoek van de Suezkade. Ze had een fraai uitzicht over de Conradbrug en de huishoudschool aan de overkant. In 1952 verhuisde ze naar de Reinkenstraat 14a, omdat ze het wonen op de Laan van Meerdervoort zich niet langer kon permitteren. Truus Gerhardt heeft in de schaduw van haar beroemde dichtende zus Ida geleefd. Truus en Ida gaan stroef met elkaar om, vermoedelijk omdat ze niet geknuffeld werden door hun stuurse moeder. Marie van der Zeyde, de partner van Ida, schreef een negatieve recensie over een bundel van Truus, waarin ze concludeerde Truus het roer radicaal diende om te gooien als ze zich als dichteres wilde handhaven. Truus was erover verbolgen en luchtte haar hart bij een vriendin:
‘De hartsvriendin van mijn oudste zuster, Mej. Dr. Marie van der Zeyde, een grauwe, zure, met een aardappelknoetje, en die mij niet uit kan staan, heeft een boosaardig en giftig stukje over mij gepubliceerd [..].’
Truus was een levenslustige vrouw, die tijdens haar haar twee huwelijken keer op keer amoureuze uitstapjes maakte. Tijdens haar leven publiceerde ze natuurgedichten die nu wat gedateerd zijn. In de biografie van Mieke van den Berg en Dick Idzinga zijn de overige opgenomen, waaronder enkele pareltjes.

"Ik weet sinds lang, dat ik je heb verloren,
we drijven onherroepelijk uit elkaar.
Ontken het niet; ik zie ’t in elk gebaar,
ik kan het in je lach, je voetstap horen."

De foto’s:
1 Truus naar rechts kijkend.
2 De biografie over Truus.
3 Marietje van der Zeyde [links] en Ida Gerhardt, [rechts]


The poet Truus Gerhardt, [1899-160], lived from the beginning of 1946 to October 1952 on the Laan van Meerdervoort 222, on the corner of the Suezkade. She had a beautiful view of the Conrad Bridge and the housekeeping school across the street. In 1952 she moved to Reinkenstraat 14a, because she could no longer afford living on the Laan van Meerdervoort. Truus Gerhardt lived in the shadow of her famous poetry sister Ida. Truus and Ida treat each other stiffly, probably because they were not cuddled by their steering mother. Marie van der Zeyde, Ida's partner, wrote a negative review of a collection by Truus, in which she concluded that Truus had to radically change course if she wanted to maintain herself as a poet. Truus was furious about it and poured out her heart at a friend:
"My oldest sister's best friend, Ms. Dr. Marie van der Zeyde, a gritty, sour, with a potato bun, and who can't stand me, has published an evil and poisonous piece about me [..]. "
Truus was a spirited woman who made amorous trips during her two marriages time and time again. During her lifetime she published nature poems that are now somewhat dated. The others are included in the biography of Mieke van den Berg and Dick Idzinga, including some gems.

"I have known for a long time that I have lost you,
we are irrevocably drifting apart.
Don't deny it; I see it in every gesture,
I can hear it in your smile, your footstep. "

The pictures:
1 Truus looking to the right.
2 The biography about Truus.
3 Marietje van der Zeyde [left] and Ida Gerhardt, [right]

Bron: Nico Krijn, tegel: Laan van Meerdervoort / Conradkade

truus gerhardt 1.jpg

truus gerhardt.jpg

truus gerhardtb3.jpg

08/01/2019 : Panoramaflat

Meest opvallend gebouw is de Panoramaflat op de hoek van de Laan van Meerdervoort en de Conradkade, met twaalf woonlagen boven de Albert Heijn, het hoogste gebouw in de wijde omgeving. Het werd in 1960-62 gebouwd naar ontwerp van Piet Zandstra en wordt geroemd als één van de fraaiste en zuiverste voorbeelden van de modernistische en functionalistische na-oorlogse wederopbouwarchitectuur. Waarom op de statige Laan van Meerdervoort temidden van de Regentessebuurt in de lage classicistische bebouwing een strakke moderne torenflat moest verrijzen, harmoniërend als een betonboor tijdens een vioolconcert, is velen een raadsel.
Bron;
Mic Barendz, Stef Katwijk & Lucas van Zuijlen, Panoramaflat 1960-1962 Laan van Meerdervoort.

The most striking building is the Panoramaflat on the corner of the Laan van Meerdervoort and the Conradkade, with twelve floors above the Albert Heijn, the tallest building in the wider area. It was built in 1960-62 to a design by Piet Zandstra and is praised as one of the finest and purest examples of modernist and functionalist post-war reconstruction architecture. Why on the stately Laan van Meerdervoort in the middle of the Regentessebuurt a sleek modern tower block had to rise in the low classical buildings, harmonizing like a concrete drill during a violin concerto, many are puzzled.
Source;
Mic Barendz, Stef Katwijk & Lucas van Zuijlen, Panorama apartment 1960-1962 Laan van Meerdervoort.

Bron: Martin van Wallenburg, tegel: Laan van Meerdervoort / Conradkade
Meer info: http://www.haagsebeeldbank.nl/...

panoramaflat.jpg

04/12/2018 : Centraal bureau van de volksbond tegen drankmisbruik Conradkade 32

Oprichting
De " Volksbond, vereniging tegen Drankmisbruik " werd in 1875 opgericht onder de naam " Multapatiorsbond ". Zowel de naam (Multapatior betekent "ik lijd veel") als de oorspronkelijke doelstellingen hingen nauw samen met de persoonlijkheid van de oprichter van de bond, Louis Philippona . Hij werd geboren op 11 juni 1827, te Rotterdam. Na het overlijden van zijn vader, belandde hij via een kostschool te Roosendaal en het Dominicanenklooster te Uden, op het seminarie Hagenveld. Door zijn onafhankelijke, kritische karakter vond men hem echter voor het ambt van geestelijke niet geschikt. Voor de studie medicijnen bleek hij in de praktijk evenmin geschikt. Door bemiddeling van een vriend kreeg Louis een baan als journalist bij de Rotterdamsche Courant . Hij werkte ook voor de Noord-Brabander .
Na zijn huwelijk opende hij een boekhandel in Delft, maar de boeken vonden daar niet veel aftrek. Daarom vertrok hij met zijn gezin en boekhandel naar Groningen. Daar ging het hem vrij goed tot het moment dat hij typhus kreeg. In verband daarmee verliet hij het Noorden en vestigde zich in Eindhoven. In 1863 kreeg hij het aanbod leiding te gaan geven aan de Nieuwe Noordbrabander .
Deze krant was in die tijd de spreekbuis van de liberalen uit die streek, een stroming waarmee de Roomskatholieke conservatieve geestelijkheid niet erg gelukkig was. Er rezen dan ook problemen, toen er in 1867 een anoniem artikel in de Nieuwe Noordbrabander verscheen over de ondoorzichtige politieke bemoeiingen van de toenmalige bisschop van Den Bosch, mgr. Zwijsen , met de verkiezingen.
Louis Philippona werd ervan verdacht het stuk te hebben geschreven. Dit was niet zo, maar hij weigerde de naam van de schrijver bekend te maken. De krant kwam onder zware rooms- katholieke druk te staan en ging ten onder.
In 1868 kreeg Louis een aanstelling als journalist bij het Handelsblad , waar hij publiceerde onder het pseudoniem Multapatior . In zijn artikelen en in zijn boek 'DE XIX-de EEUW en eenige van hare maatschappelijke vraagstukken', toonde Louis Philippona een brede sociaal-maatschappelijke belangstelling. Met name het drankmisbruik van de arbeidersklasse had zijn aandacht en bracht hem in 1875 tot de oprichting van de Multapatiorsbond, waarvan hij voorzitter was tot zijn dood op 16 april 1879.
In de loop van haar bestaan onderging de bond enkele naamsveranderingen. Omdat de naam "Multapatiorsbond" niet erg aansprak, werd deze in 1882 veranderd in Volksbond, Vereeniging tegen Drankmisbruik . In 1975, bij het honderdjarige bestaan van de Volksbond werd de naam veranderd in Koninklijke Algemene Vereniging Volksbond tegen Drankmisbruik .
Periode 1875 - 1900
De Multapatiorsbond werd 3 september 1875 opgericht onder het motto 'misbruik van drank een maatschappelijk kwaad'. Doel was het alcoholisme dat zich, als gevolg van de erbarmelijke slechte sociale omstandigheden manifesteerde, te bestrijden door "opvoeding en ontwikkeling van het volk".
De middelen die werden gezocht om dat doel te bereiken, waren aanvankelijk de oprichting van koffiehuizen, wacht- en schaft-lokalen, waar alcoholvrije dranken waren te verkrijgen. Ook het beoefenen van huisvlijt, handenarbeid, het kweken van bloemen, het bewerken van tuintjes, het bevorderen van goede ontspanning en het beoefenen van sport, behoorden daarbij.

H.M. de Koningin der Nederlanden, Z.K.H. Prins Frederik der Nederlanden en Z.K.H. Prins Hendrik der Nederlanden betuigden hun sympathie met de doelstelling van de Multapatiorsbond .
De Bond die zich presenteerde als een organisatie waarbij iedereen zich kon aansluiten, was
van liberale signatuur. Toen in 1879 Louis Philippona overleed werd Mr. H. Goeman Borgesius
op 32-jarige leeftijd zijn opvolger en vervulde het voorzitterschap naast zijn werk als Tweede Kamerlid voor de Liberale Unie . Door deze combinatie van funkties heeft hij voor het werk van de Volksbond veel betekend.
De vereniging groeide aanvankelijk snel. Na de oprichting in 1875 meldden zich de afdelingen Amsterdam, Hoorn, Utrecht, Joure en Leeuwarden aan. In 1878 waren hier Assen, Breukelen, Beetsterzwaag, Dinxperlo, Dordrecht, Drachten, Goor, Gorredijk, Harlingen, Kollum, Keppel, Loenen, Mijdrecht, Olderberkoop, Ouddorp, Sloterdijk en Zwartsluis bijgekomen, al hadden sommige van deze afdelingen moeite het hoofd boven water te houden.
Aanvankelijk richtte de Volksbond zich vooral op de volksopvoeding ten aanzien van het alcoholgebruik, in welk kader tal van cursussen werden georganiseerd, terwijl de afdelingen ook vele bibliotheken opzetten. Verder werd door de oprichting van de Stuiversspaarbank te Haarlem, sparen met lage inleg mogelijk gemaakt.
Ook pleitte de Volksbond, vooral bij monde Mr. H. Goeman Borgesius , bij de overheid voor wettelijke maatregelen ten aanzien van alcoholverstrekking. Hiermee droeg zij direct bij aan de tot standkoming van het drank-vergunnigenstelsel.
Van grote betekenis waren de koffiehuizen, opgericht als alternatief voor de kroeg. Hiertoe werd in 1897 door de afdeling Amsterdam, de naamloze vennootschap 'Maatschappij tot exploitatie van koffiehuizen te Amsterdam', opgericht. Hoewel de Maatschappij in 1963 werd opgeheven, zijn er in Amsterdam nu nog een behoorlijk aantal horecagelegenheden, die hun uiteindelijk oorsprong vinden in de activiteiten van van deze naamloze vennootschap.



Periode 1900 - 1940
'Het kind van heden is de man van morgen', was voor de jaren 1900-1925 het motto van de Volksbond. Geprobeerd werd om door middel van goede voorlichting vooral de jeugd te bereiken. Verder richtte men de aandacht ook op de vrouw, vooral op vrouwen van gezinnen, die in financiële moeilijkheden gebracht werden door het alcoholgebruik van hun echtgenoten.

Hiertoe werden kookkursussen georganiseerd en gaf de Volksbond kookboekjes uit zoals het 'Kookboekje voor de vrouw uit het burgergezin' en 'Goede en goedkoope voeding, wenken
voor huisvrouwen met kleine beursen'. Ook introduceerde de Volksbond de hooikist, ter besparing van brandstof in de werkmanshuishouding. Daarnaast richtte de Volksbond eigen woningbouwverenigingen op, stimuleerde het bezit van volkstuinen, drong bij de overheid aan
op wetgeving met betrekking tot de kinderbescherming en verplichte ziekte-verzekering en was actief betrokken bij de opvang van oud KNIL-militairen in tehuizen zoals "Bronbeek" te Arnhem en het "Grijze Huis" te Putten. In de jaren '20 en '30 werden er naast Volksbond-koffiehuizen, ook Volksbond-kantines en -buffetten ingericht, op plaatsen waar men veel publiek kon verwachten, zoals in de Rijksklinieken en in het Ooglijders-gasthuis te Utrecht. Op gemeentelijk niveau werd er door tussenkomst van het Volksbondwerk bereikt, dat door middel van financiële steun voor culturele en educatieve manifestaties, zoals b.v. volksdansen, doorgang konden vinden. Bij het inpolderen van de N.O.-polder was de Volksbond aanwezig, om de arbeiders van consumptie en ontspanning te voorzien.

Het gevaar van alcoholgebruik in het verkeer werd door Volksbond ook onderkend en er werden zogenaamde bodehuizen ingericht waar vrachtwagenchauffeurs zich konden terugtrekken, als ze toe waren aan een alcoholvrij drankje of versnapering. Een belangrijke drijvende kracht achter het werk van de Volksbond gedurende deze periode is Mevr. L.E. Tengbergen geweest, die als algemeen secretaresse, de Volksbond, vanaf 1916 tot 1954 met grote inzet heeft gediend.

Tijdens de tweede wereldoorlog kwam het Volksbondwerk bij veel afdelingen stil te liggen. In Rotterdam werden enige kantines door de bezetter in beslag genomen.
Na de hervatting van het Volksbondwerk in 1945, bleek het merendeel van de afdelingen weer levensvatbaar.
Na de Tweede Wereldoorlog
Doordat de Nederlandse samenleving na de oorlog over steeds meer vrije tijd ging beschikken, moest de Volksbond zich gaan herbezinnen op de aanpak van zijn activiteiten, want ondanks de inspanningen van de Bond nam het alcoholgebruik ook onder vrouwen en jongeren toe. Vooral daarom legde de Volksbond zich toe op het stimuleren van activiteiten met betrekking tot jeugd, sport en recreatie. In samenwerking met het "Openluchtmuseum" te Arnhem en de "Vereniging voor Handenarbeid" verleende de Volksbond de medewerking aan tal van culturele manifestaties en activiteiten, veelal gesponsord door bedrijven. Met het reizend Volks-bondmuseum gaf de Volksbond aanschouwelijke voorlichting over de gevaren van alcohol. (1)
Het al in 1936 geopperde idee om alcoholvrije wegrestaurants te openen werd in 1969 daadwerkelijk verwezenlijkt. De activiteiten met betrekking tot het bedrijfs-kantinebeheer namen een grote vlucht, hetgeen zou uitmonden in het ontstaan van Restoplan B.V. en Ocean Catering B.V. die uiteindelijk samen de Volksbond Catering B.V. zouden gaan vormen. In 1975, het jaar van het eeuwfeest werden in de ruim 300 kantines waarin de Volksbond kantine-beheer aktief was zo'n 48 miljoen koppen koffie geschonken. Ook het verstrekken van warme en koude maaltijden behoorde tot het pakket.
De professionalisering van deze op zich financieel gezonde branche binnen de Volksbond maakte loskoppeling echter onontkoombaar. In verband met de handhaving van de concurrentiepositie kon het kantinebeheer de lasten van de financiering van de vereniging niet langer dragen. Halverwege de jaren tachtig zou deze branche worden verkocht.

Creation
The "Volksbond, association against alcohol abuse" was founded in 1875 under the name "Multapatiorsbond". Both the name (Multapatior means "I suffer a lot") and the original goals were closely related to the personality of the founder of the union, Louis Philippona. He was born on 11 June 1827 in Rotterdam. After the death of his father, he ended up via a boarding school in Roosendaal and the Dominican monastery in Uden, at the Hagenveld seminar. However, due to his independent, critical nature, he was considered unsuitable for the office of clergyman. He also turned out not to be suitable for studying medicine. Louis got a job as a journalist with the Rotterdamsche Courant through a friend. He also worked for the Noord-Brabant.
After his marriage, he opened a bookstore in Delft, but the books were not very popular there. That is why he left for Groningen with his family and bookstore. He was doing pretty well there until he got typhus. In connection with this, he left the North and settled in Eindhoven. In 1863 he was offered the leadership of the New Noordbrabander.
At the time, this newspaper was the mouthpiece of the liberals from that region, a movement with which the Roman Catholic conservative clergy were not very happy. Problems arose when an anonymous article appeared in the Nieuwe Noordbrabander in 1867 about the opaque political interference of the then bishop of Den Bosch, Bishop. Zwijsen, with the elections.
Louis Philippona was suspected of having written the piece. This was not so, but he refused to disclose the name of the writer. The newspaper came under heavy Roman Catholic pressure and went under.
In 1868 Louis was appointed as a journalist at the Handelsblad, where he published under the pseudonym Multapatior. In his articles and in his book "THE XIX-THE CENTURY and some of her social issues," Louis Philippona showed a broad social interest. In particular, the abuse of the working class had his attention and led him to the founding of the Multapatiorsbond in 1875, which he chaired until his death on April 16, 1879.
In the course of its existence, the union underwent some name changes. Because the name "Multapatiorsbond" did not appeal very much, it was changed in 1882 to Volksbond, Vereeniging tegen Drankmis Abuse. In 1975, at the centenary of the Volksbond, the name was changed to Royal General Association Volksbond against Drink Abuse.
Period 1875 - 1900
The Multapatiorsbond was founded on 3 September 1875 under the motto 'abuse of alcohol a social evil'. The aim was to combat the alcoholism that manifested as a result of the miserable poor social conditions by "educating and developing the people".
The means sought to achieve that goal were initially the establishment of coffee houses, waiting and serving rooms, where non-alcoholic drinks were available. Also practicing home work, manual labor, growing flowers, tending gardens, promoting good relaxation and practicing sports were part of this.

H.M. the Queen of the Netherlands, Z.K.H. Prince Frederik of the Netherlands and Z.K.H. Prince Hendrik of the Netherlands expressed their sympathy with the goal of the Multapatiorsbond.
The Bond that presented itself as an organization that everyone could join was
of liberal signature. When Louis Philippona died in 1879, Mr. H. Goeman Borgesius
at the age of 32 his successor and in addition to his work as a member of the House of Representatives for the Liberal Union. Because of this combination of functions, he has meant a lot to the Volksbond's work.
The association initially grew rapidly. After the founding in 1875, the Amsterdam, Hoorn, Utrecht, Joure and Leeuwarden departments applied. In 1878, Assen, Breukelen, Beetsterzwaag, Dinxperlo, Dordrecht, Drachten, Goor, Gorredijk, Harlingen, Kollum, Keppel, Loenen, Mijdrecht, Olderberkoop, Ouddorp, Sloterdijk and Zwartsluis were added, although some of these departments had difficulty finding their way above water. hold.
Initially, the Volksbond focused mainly on public education with regard to alcohol consumption, within which many courses were organized, while the departments also set up many libraries. Furthermore, the creation of the Stuiversspaarbank in Haarlem made saving with a low stake possible.
The Volksbond also argued, especially through Mr. H. Goeman Borgesius, with the government for legal measures with regard to alcohol distribution. Herewith she directly contributed to the realization of the beverage licensing system.
Of great significance were the coffee houses, established as an alternative to the pub. To this end, in 1897, door the Amsterdam department, the limited liability company 'Maatschappij voor exploitation of coffee houses in Amsterdam', established. Although the Company was dissolved in 1963, there are still quite a few catering outlets in Amsterdam, which ultimately originate in the activities of this limited liability company.



Period 1900 - 1940
"The child of today is the man of tomorrow," was the motto of the Volksbond for the years 1900-1925. Attempts were made to reach young people through good information. Furthermore, attention was also focused on women, especially women from families, who were put in financial difficulties by the alcohol consumption of their husbands.

Cooking courses were organized for this purpose and the Volksbond published cookery books such as the "Cookbook for the wife of the civilian family" and "Good and cheap food, tips
for housewives with small grants'. The Volksbond also introduced the haybox to save fuel in the worker's household. In addition, the Volksbond established its own housing associations, encouraged the ownership of allotments, urged the government
on legislation regarding child protection and compulsory health insurance and was actively involved in the reception of former KNIL soldiers in homes such as "Bronbeek" in Arnhem and the "Gray House" in Putten. In the 1920s and 1930s, in addition to Volksbond coffee houses, Volksbond canteens and buffets were set up in places where a large audience could be expected, such as in the State clinics and in the Ooglijders guesthouse in Utrecht. At the municipal level, the Volksbondwerk was reached through financial support for cultural and educational events such as e.g. folk dances could take place. The Volksbond was present at the impoldering of the N.O. polder to provide the workers with consumption and relaxation.

The danger of alcohol use in traffic was also recognized by Volksbond and so-called messenger houses were set up where truck drivers could withdraw if they were ready for an alcohol-free drink or snack. An important driving force behind the Volksbond's work during this period is Mrs. L.E. Tengbergen, who served as a general secretary, the Volksbond, with great dedication from 1916 to 1954.

During the Second World War the Volksbondwerk came to a standstill in many departments. In Rotterdam some canteens were seized by the occupying forces.
After the resumption of the Volksbondwerk in 1945, the majority of the departments proved viable again.
After the second World War
Because after the war Dutch society began to have more and more free time, the Volksbond had to reconsider how it should deal with its activities, because despite the efforts of the Association, alcohol consumption also increased among women and young people. Especially for this reason the Volksbond focused on stimulating activities related to youth, sports and recreation. In cooperation with the "Open Air Museum" in Arnhem and the "Handicraft Association", the Volksbond cooperated in numerous cultural events and activities, often sponsored by companies. With the traveling Volks-bond museum, the Volksbond gave illustrative information about the dangers of alcohol. (1)
The idea of ​​opening alcohol-free roadside restaurants as early as 1936 was actually implemented in 1969. The activities with regard to company canteen management took off, which would result in the creation of Restoplan B.V. and Ocean Catering B.V. which ultimately together de Volksbond Catering B.V. would form. In 1975, the year of the centenary, about 48 million cups of coffee were served in the more than 300 canteens in which the Volksbond canteen management was active. The provision of hot and cold meals also belonged to the package.
However, the professionalization of this in itself financially healthy branch within the Volksbond made disconnection inevitable. With regard to maintaining the competitive position, canteen management could no longer bear the burden of financing the association. This branch was to be sold in the mid-1980s.

Bron: Myrthe Cools, tegel: Laan van Meerdervoort / Conradkade
Meer info: https://search.socialhistory.o...

volksbond.jpeg

23/11/2018 : Conradbrug

De Conradbrug uit 1937 is dankzij de beelden van Dirk Wolbers een monument geworden die uitdrukking geeft aan de keerzijde van de moderne maatschappij. De moeder beschermd haar twee kinderen terwijl de auto’s om hen heen voortrazen. Wie goed zoekt ziet ook aan weerszijden het spelende jongetje en meisje. Opmerkelijk ook is het voormalige urinoir met de in steen gebeitelde tekst ‘mannen’.

Tevens zijn er twee beeld te zien aan de zijkant van Joop van Lunteren. Van Lunteren kreeg zijn opleiding monumentale- en beeldhouwkunst bij Jan Lauweriks (architect, tekenaar en graficus) en Albert Louis Oger (architect en tekenaar) aan de School voor Kunstnijverheid in Haarlem. Hij werkte na zijn opleiding veelvuldig samen met architecten en door hen aangetrokken beeldhouwers aan de verfraaiing van grote bouwprojecten voor overheden en bedrijven met beeldhouwwerk.

The Conrad Bridge from 1937 has become a monument thanks to the images of Dirk Wolbers, which gives expression to the downside of modern society. The mother protects her two children while the cars are running around them. Those who are looking for good also see the playing boy and girl on both sides. Remarkable is also the former urinal with the stone carved text 'men'.

There are also two images on the side of Joop van Lunteren. Van Lunteren received his training in monumental and sculpture from Jan Lauweriks (architect, draftsman and graphic artist) and Albert Louis Oger (architect and draftsman) at the School of Applied Arts in Haarlem. After his training, he frequently collaborated with architects and sculptors attracted by them to embellish large construction projects for governments and companies with sculpture.

Bron: Myrthe Cools, tegel: Laan van Meerdervoort / Conradkade

299px-Denhaag_kunstwerk_twee_beelden.jpg

ZH15qq-2.jpeg